Contact:
Bennie Roeters
E-mail: post@bennieroeters.nl
Ambo|Anthos:
Herengracht 499 - 1017 BT Amsterdam
Telefoon: 020-524 54 11
E-mail:info@amboanthos.nl
Internet: www.amboanthos.nl
Uithuizen 1952:
…een stadje, gekoeioneerd door de boeren van het hoge
land, bestierd buitendien door een oud, ingeteeld, adellijk
geslacht. In dit stadje is nog geen televisie, maar wel een
bioscoop en een radio per gezin.
Als daar je wiegje heeft gestaan, hoe kort ook, ook al is het
middenin de zomer, nou dan – dan – dan zal je het
weten.
Fins plot
Kota Radja 1957:
… Lea is een zwarte engel. Ze zit op een boomstam bij de
sportvelden. Er wordt kastie gespeeld door rennende witte sportschoenen
en een blank slaghout. Lea’s kleurrijke rok valt over haar
zwarte enkels. Ze doopt een stokje in een kalebas. Een felrood
puntje komt eruit. Brandal. Tongval.
‘Probeer eens jongen. Proef.’
Die vreemde smaak die brandt in je tong, de hele weg naar huis,
de hele lange weg naar huis.
De Revisor
Meppel 1959:
…De Eeuwige Jachtvelden waren door bulldozers opgehoogd.
Het hoofdkwartier was alleen door blubber te bereiken. Ton had,
zoals zo vaak, het hoogste woord. Hij was de enige die zich niet
stoorde aan zijn eigen gestotter en gestamel. Vuurtjes maken kon
hij overal. Hij had het in zijn vingers. Bovendien, zijn vader
zat in het leger.
‘Stip,’ zegt Ton.
‘Stip? Waarom Stip?’
‘Niet goed dan?’
‘Je wilde zelf een bijnaam.’ Guus valt hem bij.
Zonder bijnaam ben je niets. Dat betekent dat niemand iets van
je vindt.
‘Of wil je Napoleon heten of zo.’
‘Ko-ko-ko kop dicht.’
Zijn slagen stotteren op Guus’ hoofd.
‘Stip is je bijnaam. Wil je hem of niet? Zeg dan wat man.’
De Revisor
Groningen 1964:
… Was het maar voorbij, begon de school maar. Het klinkt
erg, en dat is het ook. Kerstfeest is toch een vrolijk feest?
Jezus is toch geboren? Hij gaat toch niet dood?
Het enige wat je kan doen is wachten voor het raam van je meisje,
dat niet eens je meisje is. Dat je hoopt dat ze iets van zich
laat zien. Misschien wil ze wel even kijken naar de winter buiten,
naar de oranje sneeuw die wordt voortgejaagd onder de straatlantaarns.
En dat ze daar ook een klein stipje onder de lantaarnpaal ziet
staan.
Fins plot
Groningen 1966:
…Het was de enige bioscoop in de stad die de hele dag door
films vertoonde. Knokfilms, B-westerns, op de kop getikte Franse
misdaadfilms. In bijna al deze films kwam de Franse knokker Eddie
Constantine voor. Hij had een pokdalig gezicht, een keiharde linkse
en een charme waar je U tegen zei. Die charme bestond eigenlijk
uit niets anders dan een jongensachtige glimlach waardoor je je
(vooral vrouwen) meteen ontwapend voelde. Dat was het moment waarop
hij wachtte, want dan kwam hij meteen met zijn linkse.
Gagarins engelen
Groningen 1966:
…Ze waren naakt.
Zij trok hem op zich en bewoog haar blanke dijen uiteen.
Hij grabbelde in zijn broekzak naar de Blausiegel, scheurde het
open en rolde het roze rubber over zijn lid. Te laat, of liever
gezegd, te vroeg. Schoksgewijs kwam hij klaar. Hij keek haar in
paniek aan. Zij lachte nog steeds. Ze haalde het volle roze zakje
van hem af en bekeek de inhoud.
‘Je hebt nog genoeg.’
Ze lagen naast elkaar. Zij neuriede.
‘Tijd zat.’
Ze luisterden naar de geluiden uit de gelagkamer. Ver weg was
Tom Jones te horen.
Gagarins engelen
Paterswolde 1967:
…Homan was een lange stramme man in een bruin pak en met
een smalle stropdas. Zijn adamsappel bewoog op en neer tussen
de vellen in zijn hals. Een schoolmeester, al had hij dan bijgeleerd
voor zijn akte Nederlands en was hij nu leraar. Een man van stalen
principes en een onwankelbare moraal.
Homan en hij bleven elkaar aankijken. Geen geschuifel, geen gekuch.
Alleen in de verte het gebrom van de bulldozers die zand opduwden
voor de snelweg door het Stadspark. De klas keek naar de stille
shoot-out die zich voor hun ogen voltrok.
Gagarins engelen
Paterswolde 1969:
…Verpleegbroeders uit de stad arriveerden. De brandweerman
forceerde behoedzaam de deuren. De kinderen liepen hand in hand
zo naar buiten, de nacht in, het licht tegemoet.
Fins plot
Leeuwarden 1973:
…Sommige studentes hebben een vrolijke natuur, of ze zijn
wellustig en trekken daardoor de aandacht. Maar zij niet. Wantrouwen
had haar ogen dichtgeknepen en ongeloof haar mond opengezet, zuinigheid
hield haar beursje gesloten. Dan legt alle goede wil het af.
Ze was een volmaakte aanklacht tegen de schoonheid, dat weer wel.
De Revisor
Den Haag 1975:
…De effecten waren meesterlijk. Elk shot kreeg een enorme
zeggingskracht. De acteurs leken allemaal besmet met een krankzinnige,
kunstzinnige ziekte, een epidemie overgewaaid uit de Oostkust,
gecodeerde berichten uit de grote stad, de grootste stad, voor
de nieuwe oude mens: Warhol, Nico, Morrissey, elke beweging drukt
kracht uit, en vooral elke stilstand. Dit is Orwo. Dit is waar
we deel van uitmaken. Dit is BEELD!
Fins plot
Den Haag, Givatayim 1976
…Twee jongens in de hof van Givatayim. Ze zeggen niets en
kijken uit over de olijfbomen. De ene zal ongetwijfeld iets hebben
gezegd over de bijbel, en de andere zal ongetwijfeld daarop het
telefoonboek hebben genoemd.
De hand verplaatst zich van eigen dij, naar de zijne. De rits
tikt onhoorbaar van tandje naar tandje open. Het telefoonboek
en de bijbel vallen op de grond. Getsemane houdt zijn adem in.
Dit leven hier in Getsemane is tegennatuurlijk en moet gestopt
worden.
Fins plot
Zuidhorn 1977:
‘Roelf?'
Uit het halfduister klonk zijn vader. ‘Kom eens’.
Roelf liep naar de woonkamer en bleef in de deuropening staan.
Pappe zat in zijn stoel. Er had iets meegetrild in zijn stem.
Dit zou een ernstig gesprek worden, maar Roelf was niet in de
stemming.
‘Ga es zitten jong.’
Hij bleef staan.
‘Zitten.’
Roelf wilde het licht aanknippen.
‘Laat maar even.’
Zijn vader wachtte tot Roelf ging zitten.
Roelf liet zich langzaam in zijn moeders stoel zakken. Hij zag
de stoppelbaard van zijn vader en een wit puntje bij zijn linker
mondhoek. Een kloddertje speeksel. Verder was hij een donkere
silhouet.
Gagarins engelen
Amsterdam Osdorp1979:
…Beneden staat de crew verveeld te ginnegappen. Op de galerij
van de bovenste verdieping zal zo meteen de zelfmoordenaar verschijnen,
gekleed in de jurk van de vernederde en kaalgeschoren actrice.
De buurtbewoners (‘Eindelijk eens een aangekondigde zelfmoord!’)
stampen van de kou. Waar wachten ze nog op? Het gele vangkussen
is opgeblazen. De bekertjes melige tomatensoep van de crewleden
dampen.
Niemand ziet hoe aan de hemel achter de flatgebouwen rozige vingers
zich naar hen uitstrekken.
De Revisor
Amsterdam 1980:
…Onze nieuwe koningin staat met haar familie op het balkon
van haar paleis.
Ze wordt toegejuicht in een rechtstreeks verslag op de nationale
zender, terwijl hier, een paar honderd meter verderop, op de binnenplaats
van dit kraakbolwerk, met moeite honderden zwarte ballonnen in
bedwang worden gehouden. De televisiebeelden maken het mogelijk
het precieze moment te bepalen, het moment waarop ze los gelaten
zullen worden.
De hele koninklijke familie zal versteld staan, alsmede de internationale
pers.
Fins plot
Amsterdam 1996:
…’ Ja, Geef maar.’
‘Niet door elkaar heen praten, op je beurt wachten.’
‘Dag papa.’
‘Hoe is't jong.’
‘Ik heb een gele slip.’
‘En ik een groene.’
‘Wat!’
‘Bij judo gekregen, en een diploma.’
‘Wat knap. Van harte jongen.’
‘En ik kan achterover koppeltje duileken.’
‘Nou! Goed!’
‘En ik een goudgreep.’
‘Houdgreep stommeling.’
‘Hij zegt stommeling!’
Fins plot
Lelystad 1999:
…Het hele zwembad snaterde en gilde.
De jongens wachtten haar al op. Wim, de jongste, wilde van de
duikplank en Rutger per se van de glijbaan. Hera zei dat het niets
uitmaakte en dat je daarover geen ruzie hoefde te maken. Wim moest
direct plassen en Rutger wilde daarop wachten.
Op dat moment kwam Marijke het zwembad binnen met haar dochtertje.
Caroll, met vlechtjes, droeg haar roze badpakje hoog opgesneden
bij haar liesje. Ze trippelde alsof er overal camera's op haar
gericht waren.
Marijke knikte naar Hera, toen had ze al gezien dat haar badpak
veel te krap zat. Hera zag haar kijken en voelde haar vetrollen
ineens als touwen om haar middel zitten.
‘Hai,’ zei Hera.
De verstopte stad
Lelystad 2002:
…Boven Lelystad ontlaadde zich vervolgens een stortbui met
ver daarboven een hoog onweer, terwijl één enkele
bliksemflits het centrum verlichtte, alsof er uit de hemel een
foto werd genomen.
Tegenover Westra stond een jongeman met rood haar. Ondanks het
noodweer buiten was hij droog. Zijn gezicht was bezaaid met roestige
spikkels. ‘Goedenmiddag.’
‘Goedenmiddag.’
‘Wat kan ik voor u doen?’
Het klonk als uit NEDERLANDS OP REIS.
De verstopte stad
Lelystad 2003:
…De grasmaaier slipte en wilde wegschieten over het gras.
Flip hield de machine verbeten onder controle. Beheersing, beheersing.
Geen woede. Koel overkomen. De winst pakken. Wegwezen. Kutwijf.
Het moest er eens van komen, zo'n scheiding, zo'n echtscheiding.
De verstopte stad
(NB. Niet autobiografisch!)
|